Vorige week bracht de BECI Summit op één plek samen wat veel vaker rond dezelfde tafel zou moeten zitten: de politieke wereld en de bedrijfswereld.
Dit soort ontmoetingen zijn waardevol. Ze laten toe om voorbij karikaturen, standpunten en soms zelfs wederzijds onbegrip te gaan. Bedrijven vragen de politiek niet om in hun plaats te beslissen. Ze vragen de mogelijkheid om te ondernemen, te investeren, jobs te creëren en hun activiteiten te ontwikkelen binnen een duidelijk, voorspelbaar en efficiënt kader.
En de politiek moet op haar beurt naar die realiteit luisteren.
Het doel is niet om te kiezen tussen economische vooruitgang en het algemeen belang. Integendeel: een sterk Gewest is een Gewest dat de voorwaarden weet te creëren waarin zijn economie kan floreren en tegelijk het dagelijkse leven van zijn inwoners kan verbeteren.
Brussel beschikt over aanzienlijke troeven. Onze bedrijven, zelfstandigen, werknemers, handelszaken, ondernemers en iedereen die in ons Gewest investeert, zijn een kracht. We moeten hen ondersteunen, niet het onnodig moeilijker maken.
Zes maanden al. En geen minuut te verliezen.
Onze regering is nu zes maanden aan de slag.
Zes maanden lijkt misschien kort. Maar in de politiek is het lang genoeg om stilaan te kunnen meten welke weg al is afgelegd. En vooral: het is kort genoeg om te weten dat we geen tijd te verliezen hebben.
De deadlines liggen voor ons. De volgende gewestverkiezingen vinden plaats in 2029, de gemeenteraads- en Europese verkiezingen in 2030. Maar ik wil niet dat we handelen in functie van verkiezingsdata. Ik wil dat we handelen in functie van de urgentie in Brussel.
Het werk is begonnen. En vooral: het is niet gestopt bij de aankondiging van de hervormingen.
De voorbije zes maanden zijn de eerste fundamenten gelegd. Sommige maatregelen zijn al genomen. Bepaalde omzendbrieven zijn al in werking getreden, terwijl andere worden voorbereid. Voorstellen van ordonnantie werden vóór de zomer in het Brussels Parlement ingediend en zijn klaar om te worden verdedigd. Meer structurele hervormingen worden momenteel gefinaliseerd.
Dit werk is soms weinig zichtbaar. Een tekst schrijven, een procedure herbekijken, overleg plegen met de betrokken actoren, keuzes maken tussen verschillende opties, een stevig juridisch kader uitwerken: het is niet altijd spectaculair. Maar het is dit werk dat het vervolgens mogelijk maakt om daadwerkelijk dingen te veranderen.
We bevinden ons dan ook op een scharniermoment: de fundamenten zijn gelegd, maar het belangrijkste werk moet nog worden gebouwd.
Binnen mijn bevoegdheden — stedenbouw, ruimtelijke ordening, openbare netheid en energie — zijn er heel wat werven. Ze hebben rechtstreeks een impact op het dagelijkse leven van de Brusselaars, maar ook op de bedrijven die ons Gewest doen leven.
Op het vlak van stedenbouw moeten we de termijnen verkorten en procedures vereenvoudigen die door de jaren heen en door opeenvolgende hervormingen te complex, te zwaar en soms moeilijk te begrijpen zijn geworden. Versnellen betekent niet dat we kwaliteit overboord gooien. Het betekent dat een project dat aan de regels voldoet, binnen een redelijke termijn tot een beslissing moet kunnen komen.
Dat is het doel van de hervorming Urban Shift. De eerste fundamenten zijn gelegd. Het werk moet nu worden voortgezet om deze ambitie tot vereenvoudiging om te zetten in concrete veranderingen voor burgers, bedrijven, architecten, administraties en iedereen die projecten in Brussel wil realiseren.
Ook op het vlak van netheid moeten we de moed hebben om te veranderen wat niet langer werkt.
Het wordt moeilijk vol te houden om Brusselaars elke dag te vragen onze straten om te vormen tot tijdelijke opslagplaatsen voor hun afval, zodat het diezelfde avond of de volgende dag kan worden opgehaald.
We moeten ons systeem aanpassen aan het gebruik van vandaag, in plaats van burgers eindeloos te vragen zich aan te passen aan een systeem dat zijn grenzen heeft bereikt.
De hervorming van de afvalophaling wordt voorbereid. Ze zal onder meer steunen op de verdere ontwikkeling van ondergrondse afvalcontainers, zodat iedereen zijn afval kan wegbrengen op het moment dat het hem of haar uitkomt, zonder de openbare ruimte te belasten.
Netheid is geen bijkomstige kwestie. Ze heeft een impact op de levenskwaliteit, het imago van ons Gewest, de aantrekkelijkheid van onze wijken en de activiteiten van onze handelszaken en bedrijven. Het is een werf die beslissingen en investeringen vereist, maar vooral ook een nieuwe manier om over de openbare ruimte na te denken.
En dan is er energie.
Ook hier beschikt Brussel over hulpbronnen die we beter moeten leren benutten. Restenergie, geothermie, riothermie… Ons Gewest beschikt over energiebronnen die soms verrassend zijn. Laten we ze gebruiken.
De ontwikkeling van warmtenetten maakt deel uit van de oplossingen die we moeten versnellen. Ze maken het mogelijk om lokaal energiebronnen te valoriseren die anders verloren zouden gaan en om een energietransitie uit te bouwen die ambitieus, realistisch en aangepast is aan ons grondgebied.
Een Gewest dat niet langer de middelen heeft om alles te subsidiëren, moet de middelen hebben om beter te beslissen
Deze realiteit moet ook richting geven aan ons beleid: Brussel heeft niet langer de middelen om alles te financieren.
We kunnen niet elk probleem beantwoorden met een nieuwe premie of een nieuwe subsidie. Ons Gewest moet keuzes maken.
Dat betekent niet dat we onze ambitie moeten opgeven. Het betekent dat we onze belangrijkste hefboom anders moeten inzetten: die van de publieke besluitvorming.
Vereenvoudigen. Versnellen. Voorspelbaarheid bieden. Blokkeringen wegwerken. De verschillende actoren beter coördineren. Vertrouwen geven aan wie wil investeren. Initiatieven ondersteunen die daadwerkelijk het verschil kunnen maken.
Wanneer publieke middelen schaars zijn, wordt de kwaliteit van het overheidsbeleid nog belangrijker.
Ook dat is politiek bedrijven.
De BECI Summit heeft mij in die overtuiging gesterkt. Zelden krijgen we de kans om zoveel Brusselse bedrijven op één plek samen te zien en zo rechtstreeks met hen in gesprek te gaan.
Dergelijke ontmoetingen zijn essentieel omdat ze ons laten horen wat werkt, maar ook wat nog moet worden verbeterd. Ze maken het mogelijk om politieke intenties te toetsen aan de realiteit op het terrein.
En precies dát heeft Brussel nodig.
We kunnen gepassioneerde debatten voeren. We kunnen het oneens zijn. We kunnen verschillende visies verdedigen op de stad en haar toekomst.
Maar over één zaak moeten we elkaar kunnen vinden: Brussel moet vooruit.
De politieke wereld heeft een verantwoordelijkheid: een kader creëren dat het algemeen belang beschermt en ons Gewest de mogelijkheid geeft zich te ontwikkelen.
Ook de economische wereld heeft een verantwoordelijkheid: blijven investeren, ondernemen, jobs creëren en Brussel doen leven.
Ze tegenover elkaar plaatsen zou een vergissing zijn.
Het bedrijfsleven is geen tegenstander van het algemeen belang. Het is een van de motoren ervan.
Een goed functionerende economie creëert jobs, activiteit, innovatie en inkomsten die vervolgens onze overheidsmaatregelen mee mogelijk maken. Bedrijven ondersteunen betekent dus niet dat we kiezen tegen de Brusselaars. Het betekent ook de voorwaarden creëren voor een sterker en welvarender Gewest.
Daarom kan de dialoog tussen de politiek en het bedrijfsleven geen communicatieoefening blijven. Hij moet leiden tot beslissingen, hervormingen en resultaten.
Zes maanden na de installatie van onze regering zijn de eerste fundamenten gelegd. De eerste effecten zijn zichtbaar, andere teksten worden voorbereid, de hervormingen zijn ingezet en de komende maanden zullen bepalend zijn om ze te verdedigen en tot een goed einde te brengen.
Er is nog enorm veel werk. Maar precies daarom: we zijn aan het werk. Brussel durven, betekent ook Brussel durven hervormen.
Een grote dank aan BECI voor de uitnodiging, voor de kwaliteit van de gesprekken en voor de organisatie van deze Summit. Maar vooral ook dank aan de ondernemers, zelfstandigen, bedrijfsvertegenwoordigers en Brusselse actoren die aanwezig waren.
De dialoog is onmisbaar.

